Ľ MURIT EN KLENN
Foto MIDWINTERNACHT

Het was een koude nacht, de nacht waarin Murit en Klenn elkaar voor het eerst ontmoetten. Het had gesneeuwd, maar nu, omstreeks middernacht, was het helder en scheen de maan. Een grote volle maan, die het landschap in een betoverend witte gloed zette. Murit was, zoals wel vaker, s'nachts wakker. In tegenstelling tot de andere kabouters woonde zij apart van de rest van haar -voormalige- dorpsbewoners. De andere kabouters zouden zeggen dat ze haar hadden verstoten, maar Murit had uit eigen beweging haar boeltje gepakt (overigens tot groot verdriet van haar arme oude vader, die er niets van begreep) en was zonder op of om te kijken met fier geheven hoofd vertrokken. Zij zou zich alleen wel redden, en dat deed ze ook, meer dan goed, alleen knabbelde de eenzaamheid wel eens aan haar doorgaans opgewekte gemoed.
De nacht van volle maan was altijd heel speciaal, zeker zo'n heldere stille nacht als deze, met een dik pak sneeuw nog bovendien. Murit wist dat de elfen deze nachten in het bijzonder vierden, maar ze was niet van plan om een kijkje te gaan nemen op de open plek in het bos, waar de elfwezens altijd samenkwamen bij dergelijke gelegenheden. Elfen en kabouters lagen elkaar niet zo. En Murit bemoeide zich toch al liever niet al te veel met anderen, daar kwam meestal narigheid van wist ze uit ervaring. Toch ging Murit die nacht op pad, om bevroren denneappels te verzamelen. Alleen kabouters kenden de bijzondere werking daarvan als je die een halve nacht zachtjes liet koken in een grote ketel boven het vuur. Misschien niet het meest smakelijke drankje, maar het miste zijn uitwerking nooit.
Het was midwinternacht; wat reden was voor een groot feest bij het elfenvolk. Murit vermeed zorgvuldig om bij de elfen in de buurt te komen, op "hun" open plek in het bos, waar zij altijd hun maan-geŽerde festiviteiten hielden. Natuurlijk werd er dan ook weer overvloedig zelfgebrouwen elfennectar genuttigd; bij die herinnering alleen al schudde Murit misprijzend haar hoofd. Vaak genoeg had haar vader, die arts was (en een goede ook) moeten komen opdraven om dronken koortsige elfen weer tot hun normale zelf terug te brengen. Altijd was hij zo goed geweest om hun zelfveroorzaakte problemen op te lossen, tot het moment dat hij valselijk werd beschuldigd van vergiftiging en moest vluchten voor zijn leven. De gezins-oudste van een vooraanstaande familie was komen te overlijden door verkeerd toebereidde paddestoelendrank, (verkeerd toebereid door de elfen zelf wel te verstaan), en daar had haar vader de schuld van gekregen, omdat hij het recept had uitgeschreven. Murit kreeg nu nog verhitte rode wangen van verontwaardiging en woede, terugdenkend aan dat moment. De elfen hadden hun vermogen tot "lichtstralen" tegen haar vader gebruikt, en hem bijna volledig verblind. Het had zijn dood wel kunnen worden! Moeder-natuur-zij-dank had hij de weg naar haar huis nog weten te vinden! Met de juiste kruiden had Murit, die zelf ook over genezende krachten beschikte, nog iets van de schade aan zijn ogen kunnen herstellen, maar haar vader had nooit meer zijn volledige gezichtsvermogen terugge-kregen. Bitter gestemd en in gedachten verzonken stapte Murit verder door de sneeuw. Na die gebeurtenis leefden de kabouters en de elfen in onmin met elkaar, maar hun gedachte over elkaar was een en dezelfde; dat de ander niet te vertrouwen was.
De sneeuw kraakte zachtjes onder Murits voeten. Kabouters konden dan wel niet vliegen, maar zij hoefden hun krachten dan ook niet op te laden aan de maan. Voor kabouters was contact met de aarde en de levende natuur om zich heen juist van vitaal belang. En die krachtbronnen waren in overvloed aanwezig, overal en op elk moment. Daarom was de aard van de kabouters ook veel gelijkmatiger dan die van de elfen, en hun gezondheid stabieler.
Murit woelde zachtjes de dik besneeuwde grond om met haar handen, die in van veren gemaakte wanten waren gestoken. Het duurde niet lang of ze had gevonden wat ze zocht; voor het vinden van bevroren denneappels had Murit een buitengewoon goede neus, om het zo maar eens te zeggen. Ze schepte ze in haar mand, tezamen met hoopjes schone sneeuw, dat was goed om aan het kookwater toe te voegen voor de zuiverheid van het brouwsel. Toen ze voldoende had verzameld naar haar zin keerde ze tevreden huiswaarts, door haar goede vangst ook meteen bevrijd van haar zwaarmoedige gevoelens.

Klenn had zich geruisloos verwijderd van al het feestgedruis, zoals hij wel vaker deed, als de drukte hem allemaal teveel werd. Net voor het uitdelen van de elfennectar was hij hem gesmeerd en had nog net op tijd ongezien kunnen wegkomen voordat zijn oudste zus hem bij die gelegenheid onder druk zou kunnen zetten om een toespraak te houden. Iets waar hij een gruwelijke hekel aan had. Sinds hun vader was overleden-moge de Maangodin over zijn ziel waken- was hij, als oudste (en enige) zoon volgens haar de aangewezen persoon om in zijn voetlicht te treden. Daarbij vergat Fennzala gemakshalve dat zijn moed hem altijd verliet als hij geacht werd om in het openbaar te spreken. In dat opzicht was hij zeker niet zijn vaders gelijke, en dat ambieerde hij ook allerminst. Zo te worden als hun vader, zijn rol op zich te nemen, dat was meer iets voor Fennza zelf, ookal besefte ze dat zelf nog niet. Klenn zwierf liever stilletjes door de bossen op een heilige avond als deze. Op zoek naar een eigen rustige plek om met de Maangodin alleen te zijn, en haar op zijn manier te eren.
Beurtelings lopend en zwevend, dwaalde hij door de witte nacht, die nu om hem heen weer in een serene stilte was gevallen nu hij zo'n eind bij de festiviteiten vandaan was geraakt. Hij zou niet eens precies weten waar hij zich nu bevond, maar dat deed er ook niet toe. Klenn zag een prachtige majestueuze boom, en hij vloog er naartoe. Hij zette zich neer op een van de bovenste takken vanwaar hij een adembenemend uitzicht had. Vreemd toch, hij kon zich niet heugen hier ooit eerder te zijn geweest, maar ook dat deed er nu niet toe. Hij wendde zich tot de maan, die goedkeu-rend op hem neer leek te schijnen. Verbeeldde hij het zich, of glimlachte ze daarnet zelfs even tegen hem? Klenn zuchtte, en voelde zich net een verliefd kind. Dit was de reden waarom hij nog nooit een elfenmeisje zijn liefde had verklaard; hoe mooi elfenmeisjes ook konden zijn. De extatische gevoelens die hem vervulden tijdens volle maan, zoiets had hij nog nooit tijdens het samenzijn met een elfenmeisje gevoeld. En dus had hij het opgegeven zich meer dan slechts oppervlakkig voor hen te interesseren. Uiteindelijk lieten de meisjes ook hem links liggen omdat hij een hopeloos geval was, ookal was hij dan, zelfs voor elfse maatstaven, een knappe jongeman, met lang elfenblond haar en heldere goedlachse ogen. Maar aangezien hij zijn allermooiste lach bewaarde voor de Godin, en niet voor een van hen, had niemand daar wat aan.

Wordt vervolgd.....

Ga ondertussen naar: Fairyland.nl
[
terug... ]Omhoog

Eigen domeinnaam




BEZOEKERSTELLER

BIJ DE TIJD

BRIGITTE BERG

MAAND-KALENDER

LOOKING FOR STEVE



  • **************************************************************************** look4steve-1-13-61

KALENDER

GEDICHT VAN RUMI

  • Het nieuws is uit, maar jij hebt het nog niet gehoord. ************************************ Jalousie is veranderd in liefde, Hoeveel liefde is er nog te vinden? ************************************ De maan heeft haar gezicht geopend en ook haar vleugels van licht. *************************************** Leen ogen om dit te zien, als de jouwe het nog niet zien. ************************************** Dag en nacht komen er pijlen naar je vanuit verborgen bogen. *************************************** Als je geen wapen hebt en je nergens kan verstoppen voor de Dood die altijd dichter bij komt, dan kan je net zo goed je overgeven. ************************************** Het koper van je wezen is al getransmuteerd in goud door de alchemie van Mozes, maar jij rommelt nog in een geldbuidel op zoek naar muntjes. **************************************** Je hebt Egypte's gelijke in je, Kilometerlange oevers met rietsuikerplantages, de bron van al het zoete, maar jij loopt te tobben of je snoep wel komt van een winkel buiten jezelf. *************************************** Uitwendige vorm, je reikt voor vormen, maar jij bent de Jozef. *************************************** Doe je ogen dicht, en staar in de spiegel, naar de vlam die je ogen verlicht. *************************************** Je lichaam is een kameel die soepel en direct naar Mekka reist. *************************************** Jij denkt dat je rondhangt op het dorpsplein op een ezel, of de verkeerde kant opgaat, maar dat is niet zo. **************************************** Deze karavaan is een triomf die binnen wordt gehaald in Godin's werkelijkheid. ******************************************** uit: Rumi: bridge to the soul. translation Coleman Barks. vertaling naar nederlands door Klara Adalena

KNOCK-KNOCK

WILDE WIJZE VROUW

  • http://www.wildewijzevrouw.nl/blog/lees/28-De-maan-heeft-haar-gezicht-geopend

STEVE




Copyright 2002-2018