MURIT en KLENN dl 5
Foto
De hond stootte of duwde tegen de struik. Met het laatste restje kracht dat nog in hem was zette Klenn zich schrap tussen de takken. Nog een heftige schuddende beweging -alsof de hond met een poot tussen de takken probeerde te komen- en een plotselinge uitbarsting van heftig gejank volgde. Klenn verwonderde zich over hoe hartverscheurend het geluid hem in de oren klonk, ondanks de toestand waarin hij zelf verkeerde.
Spoedig verwijderde zich het gehuil, steeds verder weg, bij hem vandaan. In spanning vastgehouden lucht ont-snapte aan zijn longen in een zucht van onverwachtte opluchting. Hij durfde het nu wel te wagen om een oog te openen, en hij zag nog net een in de verte verdwijnende schim, die als een maanverlichtte vlek met onregelmatige tred voortsnelde, steeds kleiner wordend. Klenn realiseerde zich dat de hond in een verwoedde poging om hem te pakken te krijgen, zijn poot moest hebben opengehaald aan de doorns, en dat het dier hinkte.
Geluk bij een ongeluk, iets anders kon hij er niet van maken, maar al spoedig verruilde het gevoel van opluchting zich voor een gevoel van algehele uitputting en misere. De pijn -die hij even door de angst en de spanning, leek het wel, minder had gevoeld, of wellicht beter had kunnen buitensluiten- kwam weer in zijn volle hevigheid opzetten.
Klenn kon zich niet langer goedhouden en begon te huilen. Wie zou hem nu moeten redden? Er waren geen ande-re elfen in de buurt, anders zou hij dat wel aangevoeld hebben, en welk ander wezen zou hem kunnen helpen? Zeker geen dier. Omdat hij zo verzwakt was, was hij niet meer bij machte om zijn geestelijke vermogens zodanig te gebruiken dat hij er de andere elfen mee kon oproepen, en een noodkreet naar hen kon uitzenden. Hij wilde het wel proberen, maar daar was heldere, gerichtte concentratie voor nodig en daar was hij nu niet meer toe in staat....
Daarbijgekomen waren ze nu vast en zeker allemaal zwaar onder de invloed van elfennectar.... Als die eenmaal aansloeg dan waren de meesten niet meer te bereiken....en zeker niet voor de -nog maar zwakke- noodsignalen die hij in staat was te produceren. Klenn voelde dat hij op het punt stond langzaam weg te zakken in een toestand van algeheel bewustzijnsverlies, wat hem angst aanjoeg, want dan zou hij waarschijnlijk uit de struik vallen en zijn vleugel verliezen, en beneden op de grond doodbloeden of bevriezen...maar zelf die gedachte begon hem langzaam maar zeker te ontglippen, samen met alle hoop, wanhoop en pijn....
Nee.... hij zou niet loslaten....niet opgeven... Met zijn laatste vermogen klampte hij zich vast aan de tak waaraan hij vasthing en kreette nog een keer, al was het dan onnoemlijk zwak, "help me...."



Redding uit onverwachte hoek


Murit schrok wakker. Ze had wat zitten wegdommelen in haar van stro en takken gevlochten schommelstoel, en naast haar op het houten tafeltje stond nog steeds de beker met denneappeldrank, nog half gevuld en inmiddels koud geworden. Ze was zo plotseling wakker geworden, alsof ze een klap in haar gezicht had gekregen of iets dergelijks.
Ze keek om zich heen. Nee. Er was niet iemand in haar boomstronkhuis naar binnen geslopen (dat was trouwens praktisch onmogelijk). Toch was er een gevoel van een vreemde aanwezigheid, die Murit niet verklaren kon, maar die haar wel onrustig maakte.
Ze stond op uit de stoel en liep naar het vuur, dat nog zachtjes smeulde en een bijna teder schijnsel voortbracht in de omringende ruimte. De grote ketel met de denneappels erin hing nog steeds boven het vuur. Murit tilde de deksel op en staarde erin als een soort automatisme, gedachtenloos. Nog een heel klein beetje damp rees eruit omhoog, en condenswater druppelde langzaam maar gelijkmatig terug in de pan.
En toen was het er weer. Zomaar vanuit het niets bekroop het haar heimelijk, vanuit de verte, het verborgene, om haar vervolgens te treffen gelijk een bliksemslag. Een gevoel dat haar besprong, zoals een roofdier zijn prooi.
Onwillekeurig instinctief keek ze omhoog, en om zich heen. Nee, er was hier echt niets. Zij was niet in gevaar..... zij niet......
Het was iets anders, het moest iets zijn dat van buiten kwam.....
Haar gedachtengang stopte even en ze sloot haar ogen om zich beter te kunnen concentreren. Ze moest zeker zijn, vage gewaarwordingen die besluiteloos in de ruimte bleven hangen lagen haar niet zo. Wat was het dat haar aan- dacht trok en haar riep? Probeerde een boosaardig wezen haar soms te verlokken? Haar te verleiden om nu naar buiten te gaan om haar vervolgens te bespringen? Haar of iemand anders....?
Nee. Weer voelde ze heel duidelijk dat er geen kwaadaardigheid in het spel was. Geen kobolden, geen aardmannetjes, niet met volle maan..... nog nooit met volle maan.
Murit zou wat anders proberen. Ze liet haar concentratie verslappen en opende langzaam haar ogen, maar ze opende ze niet helemaal. Ze staarde in het vuurtje en liet vervolgens haar blik vertroebelen en vervagen, zonder ook maar een maal met haar ogen te knipperen.
Langzaam veranderde het schijnsel van vorm, en vervaagde in een glazige rode massa. Vervolgens werd ze een dunne lijn gewaar, als een teer blauwig schijnsel, dat op sommige plaatsen trilde, daar waar het af en toe zwak rood opgloeide. De lijn scheen dwars door het vuur en door de wand van het boomhuis te lopen, waar het vanuit het onzichtbare verschenen was, kennelijk van ergens buiten afkomstig.
Murit schrok lichtelijk toen ze in de gaten kreeg dat de "energielijn", als het ware aan haar vasthaakte, ongeveer ter hoogte van haar buik (wat bij de mensen ook wel "zonnevlecht" genoemd wordt). Iemand klampte zich letterlijk via de astrale weg aan haar vast. Toen ze zich erop richtte voelde ze het ook duidelijk trekken. Het was zonder enige twijfel een roep om hulp, zo'n dringende en tevens beklemmende roep om hulp dat ze die onmogelijk negeren kon.
Een ding wist ze zeker; een kabouter was het niet.

[ terug... ]Omhoog

Eigen domeinnaam




BEZOEKERSTELLER

BIJ DE TIJD

BRIGITTE BERG

MAAND-KALENDER

LOOKING FOR STEVE



  • **************************************************************************** look4steve-1-13-61

KALENDER

GEDICHT VAN RUMI

  • Het nieuws is uit, maar jij hebt het nog niet gehoord. ************************************ Jalousie is veranderd in liefde, Hoeveel liefde is er nog te vinden? ************************************ De maan heeft haar gezicht geopend en ook haar vleugels van licht. *************************************** Leen ogen om dit te zien, als de jouwe het nog niet zien. ************************************** Dag en nacht komen er pijlen naar je vanuit verborgen bogen. *************************************** Als je geen wapen hebt en je nergens kan verstoppen voor de Dood die altijd dichter bij komt, dan kan je net zo goed je overgeven. ************************************** Het koper van je wezen is al getransmuteerd in goud door de alchemie van Mozes, maar jij rommelt nog in een geldbuidel op zoek naar muntjes. **************************************** Je hebt Egypte's gelijke in je, Kilometerlange oevers met rietsuikerplantages, de bron van al het zoete, maar jij loopt te tobben of je snoep wel komt van een winkel buiten jezelf. *************************************** Uitwendige vorm, je reikt voor vormen, maar jij bent de Jozef. *************************************** Doe je ogen dicht, en staar in de spiegel, naar de vlam die je ogen verlicht. *************************************** Je lichaam is een kameel die soepel en direct naar Mekka reist. *************************************** Jij denkt dat je rondhangt op het dorpsplein op een ezel, of de verkeerde kant opgaat, maar dat is niet zo. **************************************** Deze karavaan is een triomf die binnen wordt gehaald in Godin's werkelijkheid. ******************************************** uit: Rumi: bridge to the soul. translation Coleman Barks. vertaling naar nederlands door Klara Adalena

KNOCK-KNOCK

WILDE WIJZE VROUW

  • http://www.wildewijzevrouw.nl/blog/lees/28-De-maan-heeft-haar-gezicht-geopend

STEVE




Copyright 2002-2018